Begin dit jaar verliet ik huis, haard en man. Onbegrepen, niet gehoord en verdrietig kwam ik in een klein Fries dorp terecht waar ik niemand kende.
In een lockdown en met een avondklok. Alle ingrediënten voor een somber nieuw leven.
Maar dat werd het niet, juist niet. Ik voel me welkom in dit dorp. Ik bleek hier toch iemand te kennen en de band werd aangehaald. Er was een bemoedigende kaart van 'een onbekende dorpsgenoot'. Een warm welkom van dorpsbelang. De aardige buurvrouw die me 10 euro in de handen drukte en 'keapje maar wat leuks foar dysels'. Er zijn vrolijke buurtkinderen met levendige verhalen. Er is de man op de fiets, de vrouw met de hond en de man met rollator. En andere dorpsgenoten, die blijven staan en een praatje maken. En dan maakt anderhalve meter afstand niks uit. Gesprekjes die luchtig van aard zijn, maar soms ook diepgang hebben. En die mijn dag zo mooi kunnen kleuren en waardoor ik me verbonden voel. Hoe klein het soms ook is.
Een tijdje geleden vroeg iemand mij of ik alleen was. Ik voelde mijn aarzeling om te antwoorden en begreep niet waar die aarzeling vandaan kwam. Nu wel. Ik ben alleen maar ik voel me niet alleen. Dat, samen met al die andere mensen die al in mijn leven waren en met wie ik me nog meer verbonden voel dan voorheen. Ondanks corona voel ik verbondenheid met mezelf en mijn omgeving.

Of is het juist dankzij corona?

Marian Cuperus, Blija